ECLI:NL:CRVB:2005:AU6352
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- B.J. van der Net
- R.C. Schoemaker
- G. van der Wiel
- Rechtspraak.nl
Beoordeling toepassing dagloonvermindering bij seizoenwerk voor WW-uitkering
De zaak betreft de beoordeling van de juiste toepassing van dagloonverminderende bepalingen in het kader van de WW-uitkering van een appellant die als seizoen standplaatshostess werkte. De appellant voerde bezwaar aan tegen de berekening van het WW-dagloon vanaf 1 november 2002 en 23 oktober 2003, waarbij de werkgever verminderingen toepaste vanwege het seizoenwerk.
De Centrale Raad van Beroep oordeelde dat per 1 november 2002 de vermindering niet terecht was, omdat appellant als zestigplusser was vrijgesteld van sollicitatieplicht en er geen duidelijke waarschuwing was gegeven om toch actief te solliciteren. Hierdoor kon het niet actief solliciteren niet aan haar worden tegengeworpen. Per 23 oktober 2003 was de vermindering wel terecht, omdat appellant voldoende gelegenheid had om opvularbeid te verkrijgen en meer inspanning had kunnen leveren.
De Raad vernietigde de uitspraak van 8 april 2004 van de rechtbank Rotterdam en bevestigde die van 26 augustus 2004. Tevens werd het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen veroordeeld tot betaling van proceskosten en vergoeding van betaalde leges aan appellant.
Uitkomst: De dagloonvermindering wegens seizoenwerk is terecht toegepast per 23 oktober 2003, maar niet per 1 november 2002.