ECLI:NL:CRVB:2005:AU6371
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- R.C. Schoemaker
- M.C.M. van Laar
- C.P.M. van de Kerkhof
- Rechtspraak.nl
Beoordeling overwerkvergoeding bij vaststelling Ziektewet-dagloon in agrarische sector
De zaak betreft een geschil tussen het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen (Uwv) en een werknemer over de berekening van het dagloon waarop een Ziektewet-uitkering is gebaseerd. De kern van het geschil is of het loon voor gemiddeld twee uur overwerk per week bij de dagloonvaststelling moet worden meegenomen. De rechtbank Arnhem oordeelde dat de werknemer, werkzaam in een functie met regelmatig overwerk gedurende vrijwel het gehele jaar, recht heeft op een toeslag voor overwerk in het dagloon. Het Uwv had dit loonbestanddeel buiten beschouwing gelaten.
In hoger beroep stelde het Uwv dat de werknemer slechts negen maanden per jaar werkzaam was en dat het begrip 'jaar' in het Dagloonbesluit als twaalf maanden moet worden uitgelegd. De werknemer stelde dat hij tien maanden werkte, met een winterstop die afhankelijk was van weersomstandigheden, en dat dit voldoende is. De Raad overwoog dat het Dagloonbesluit geen definitie geeft van 'nagenoeg het gehele jaar', maar dat de gewijzigde tekst van het besluit aangeeft dat tien kalendermaanden voldoende zijn.
De Raad concludeerde dat de werknemer voldoet aan de voorwaarden voor de toeslag op het dagloon en dat het Uwv ten onrechte het loon voor overwerk niet heeft meegenomen. Hierdoor is ook de terugvordering van teveel betaalde Ziektewet-uitkering onjuist berekend. De uitspraak van de rechtbank wordt bevestigd, het Uwv wordt veroordeeld in de proceskosten en een recht van €414,-- wordt geheven.
Uitkomst: De Raad bevestigt dat het loon voor gemiddeld twee uur overwerk per week moet worden meegenomen bij de vaststelling van het Ziektewet-dagloon en veroordeelt het Uwv in de proceskosten.