ECLI:NL:CRVB:2005:AU6443
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- G.J.H. Doornewaard
- Rechtspraak.nl
Hoger beroep tegen WAO-uitkeringsherziening wegens onderschatting arbeidsongeschiktheid
Appellante, een fysiotherapeute, werd per 29 juli 1998 voor 55-65% arbeidsongeschikt verklaard, terwijl zij meent dat dit percentage te laag is en zij minimaal 80% arbeidsongeschikt zou moeten zijn. De Raad van Bestuur van het UWV had het eerdere besluit van een 80% of meer arbeidsongeschiktheid herzien naar een lager percentage. De rechtbank verklaarde het beroep van appellante ongegrond, maar zij ging in hoger beroep.
De Raad oordeelt dat de functie van telefonisch verkoper niet als passende functie had mogen worden meegenomen in de beoordeling, waardoor de schatting van de arbeidsongeschiktheid onvoldoende is onderbouwd. Daarnaast is vastgesteld dat onvoldoende reservefuncties zijn voorgelegd. Medisch onderzoek door onafhankelijke deskundigen, waaronder een psychiater, toonde geen aanwijzingen voor psychiatrische beperkingen die de schatting zouden wijzigen.
De Raad volgt het oordeel van de rechtbank dat geen nader medisch onderzoek nodig is, ondanks de door appellante ingebrachte rapporten. Wel acht de Raad dat de arbeidskundige beoordeling onvolledig is door het betrekken van een functie met wisseldiensten, terwijl appellante dit betwist en geen bewijs is geleverd dat zij in wisseldiensten werkte.
De Centrale Raad vernietigt daarom het bestreden besluit en beveelt het UWV een nieuw besluit te nemen met inachtneming van deze overwegingen. Tevens veroordeelt de Raad het UWV tot vergoeding van de proceskosten en het betaalde griffierecht.
Uitkomst: Het bestreden besluit wordt vernietigd en het UWV wordt opgedragen een nieuw besluit te nemen.