ECLI:NL:CRVB:2005:AU6505
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- G.J.H. Doornewaard
- Rechtspraak.nl
Bevestiging herziening WAO-uitkering naar 15-25% arbeidsongeschiktheid
Appellante maakte bezwaar tegen de herziening van haar WAO-uitkering, die was teruggebracht van 80-100% naar 15-25% arbeidsongeschiktheid per 12 februari 2003. De rechtbank verklaarde het beroep ongegrond en de Centrale Raad van Beroep bevestigt deze uitspraak in hoger beroep.
De Raad overwoog dat het besluit van het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen gebaseerd is op een juiste medische en arbeidskundige beoordeling. De rapportages van de verzekeringsartsen en arbeidsdeskundige geven aan dat appellante in staat is om lichte werkzaamheden te verrichten, waarbij afwisselend zitten, staan en lopen mogelijk is. Hoewel appellante stelt dat zij praktisch niet kan deelnemen aan het arbeidsproces vanwege voorgeschreven rust en beperkingen, zijn hiervoor geen medische stukken overgelegd die dit standpunt ondersteunen.
De Raad concludeert dat de inschatting van de beperkingen van appellante adequaat is en dat het besluit tot herziening van de uitkering terecht is genomen. Er is geen sprake van strijd met het Schattingsbesluit en geen gronden voor toepassing van artikel 8:75 van Pro de Algemene wet bestuursrecht. De aangevallen uitspraak wordt bevestigd.
Uitkomst: De herziening van de WAO-uitkering naar 15-25% arbeidsongeschiktheid wordt bevestigd.