ECLI:NL:CRVB:2005:AU6617
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- D.J. van der Vos
- J.W. Schuttel
- R.C. Stam
- Rechtspraak.nl
Bevestiging weigering WAZ-uitkering wegens onvoldoende arbeidsongeschiktheid en juiste maatmaninkomenberekening
Appellant, werkzaam als zelfstandig producent van voedingsmiddelen, viel in 1998 uit wegens whiplashletsel na een verkeersongeval. De verzekeringsarts en arbeidsdeskundige stelden vast dat appellant niet volledig arbeidsongeschikt was en nog geschikt was voor ander werk met een verlies aan verdienvermogen onder de 25%. Gedaagde weigerde daarom een WAZ-uitkering toe te kennen.
Na bezwaar en beroep wijzigde gedaagde het standpunt en kende een uitkering toe met een arbeidsongeschiktheid van 25-35%, mede door een bijstelling van het maatmaninkomen op basis van fiscale gegevens. De rechtbank verklaarde het beroep tegen dit besluit ongegrond.
In hoger beroep betoogde appellant dat zijn psychische beperkingen waren onderschat en dat de winstverdeling met zijn echtgenote onjuist was vastgesteld. De Raad oordeelde dat er geen objectieve medische aanwijzingen waren die een ernstiger psychische beperking op de datum in geding ondersteunden. Ook was de fiscale winstverdeling leidend en onvoldoende gemotiveerd om daarvan af te wijken.
De Raad concludeerde dat de medische en arbeidskundige grondslagen van het besluit juist waren en bevestigde het bestreden besluit en de uitspraak van de rechtbank. Er waren geen gronden voor toepassing van artikel 8:75 Awb Pro.
Uitkomst: De Centrale Raad van Beroep bevestigt dat appellant geen hogere WAZ-uitkering krijgt en dat het maatmaninkomen correct is vastgesteld.