ECLI:NL:CRVB:2005:AU6618
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- D.J. van der Vos
- J.W. Schuttel
- R.C. Stam
- Rechtspraak.nl
Bevestiging terugvordering onverschuldigd betaalde WAO-uitkering na hernieuwde besluitvorming
Appellant ontving sinds 1983 een WAO-uitkering, die in 1994 werd ingetrokken en teruggevorderd wegens werkzaamheden als kraanmachinist zonder melding. Deze besluiten werden in 1997 vernietigd vanwege onjuiste inkomensbepaling. Gedaagde nam in 2001 nieuwe besluiten waarbij de uitkering werd verlaagd en teruggevorderd.
Appellant stelde bezwaar en beroep in tegen de invordering van het terugvorderingsbedrag, stellende dat de eerdere vernietiging van besluiten hernieuwde besluitvorming uitsloot en dat hij de nieuwe besluiten niet had ontvangen. De rechtbank verklaarde het beroep ongegrond, wat de Centrale Raad bevestigde.
De Raad oordeelde dat gedaagde vrij stond nieuwe besluiten te nemen over de arbeidsongeschiktheid en terugvordering. De Raad verwierp het beroep wegens het ontbreken van gronden tegen de nieuwe besluiten en het feit dat terugvordering geen strafoplegging is. De invordering werd gegrond verklaard en het beroep ongegrond verklaard.
Uitkomst: Het beroep van appellant tegen de terugvordering van onverschuldigd betaalde WAO-uitkering wordt ongegrond verklaard en het bestreden besluit bevestigd.