ECLI:NL:CRVB:2005:AU6765
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- C.W.J. Schoor
- Rechtspraak.nl
Bevestiging afwijzing WAO-uitkering wegens ontbreken ziekte of gebrek
Appellant, een voormalig deeltijdleraar, viel in december 1994 uit wegens psychische klachten en ontving aanvankelijk een arbeidsongeschiktheidsuitkering op grond van de WAO. Deze uitkering werd echter ingetrokken omdat de mate van arbeidsongeschiktheid minder dan 15% was. Na een nieuwe aanvraag in 2001 weigerde het UWV een WAO-uitkering toe te kennen omdat het verzuim niet werd veroorzaakt door ziekte of gebrek, waardoor de wachttijd niet was doorlopen.
Appellant maakte bezwaar tegen dit besluit, maar dit werd ongegrond verklaard. De rechtbank oordeelde dat het medische oordeel van de verzekeringsarts en de onafhankelijke psychiater, die geen ziekte of gebrek vaststelden, juist was. In hoger beroep stelde appellant dat zijn beperkingen wel voortkwamen uit ziekte of gebrek en dat afwijzingen bij sollicitaties zijn levenslust hadden aangetast.
De Centrale Raad van Beroep volgde het oordeel van de rechtbank en de onafhankelijke deskundigen. Er was sprake van ernstige psychosociale problematiek, maar geen medische afwijkingen die als ziekte of gebrek konden worden aangemerkt. De Raad vond geen reden om af te wijken van het deskundigenoordeel en bevestigde het bestreden besluit en de uitspraak van de rechtbank.
Uitkomst: De Centrale Raad van Beroep bevestigt de afwijzing van de WAO-uitkering wegens het ontbreken van ziekte of gebrek.