ECLI:NL:CRVB:2005:AU6766
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- C.W.J. Schoor
- Rechtspraak.nl
Bevestiging intrekking WAO-uitkering wegens onvoldoende arbeidsongeschiktheid
Appellante, laatstelijk werkzaam als inpakster, viel uit wegens de ziekte van Pfeiffer en zwangerschapsklachten. Haar WAO-uitkering werd toegekend met een arbeidsongeschiktheid van 80-100%, maar bij besluit van 4 juni 2002 werd deze ingetrokken omdat haar arbeidsongeschiktheid minder dan 15% was.
Appellante maakte bezwaar tegen dit besluit, dat ongegrond werd verklaard. De rechtbank verklaarde het beroep eveneens ongegrond, stellende dat de medische beperkingen juist waren vastgesteld en het verlies aan verdienvermogen correct was ingeschat. De Raad toetste dit oordeel en vond geen aanleiding voor nader medisch onderzoek of een ander oordeel.
De Raad concludeerde dat appellante de door de arbeidsdeskundige geselecteerde functies kan verrichten en dat haar opleiding daarvoor toereikend is. De Raad bevestigde het bestreden besluit en zag geen grond voor toepassing van artikel 8:75 Awb Pro. De uitspraak werd op 22 november 2005 in het openbaar uitgesproken door C.W.J. Schoor.
Uitkomst: De Centrale Raad van Beroep bevestigt de intrekking van de WAO-uitkering wegens onvoldoende arbeidsongeschiktheid.