ECLI:NL:CRVB:2005:AU6777
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- C.W.J. Schoor
- Rechtspraak.nl
Bevestiging herziening WAO-uitkering ondanks ongewijzigde medische situatie
Appellant, werkzaam als inpakker, kreeg aanvankelijk een WAO-uitkering toegekend op basis van een arbeidsongeschiktheid van 80 tot 100%. Na een herbeoordeling door verzekeringsarts Hofmans en een arbeidsdeskundige werd de uitkering herzien naar een mate van arbeidsongeschiktheid van 15 tot 25%.
Appellant maakte bezwaar tegen deze herziening, stellende dat zijn medische situatie gelijk was gebleven en dat de diagnose ADHD verdere beperkingen zou moeten opleveren. De rechtbank Arnhem verklaarde het beroep ongegrond en oordeelde dat de vastgestelde belastbaarheid juist was op de datum in geding.
In hoger beroep bevestigde de Centrale Raad van Beroep dit oordeel. De Raad overwoog dat de diagnose ADHD pas na de datum in geding werd gesteld en dat de arbeidskundige rapporten voldoende onderbouwing boden voor de herziening. Ook werd gewezen op de wettelijke mogelijkheid tot herziening van de WAO-uitkering zonder dat sprake hoeft te zijn van gewijzigde medische omstandigheden. De Raad verklaarde het bestreden besluit rechtsgeldig en wees de vordering af.
Uitkomst: De herziening van de WAO-uitkering naar een lagere mate van arbeidsongeschiktheid wordt bevestigd ondanks ongewijzigde medische situatie.