ECLI:NL:CRVB:2005:AU6817
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- T. Hoogenboom
- Rechtspraak.nl
Bevestiging afwijzing schadevergoeding wegens loonheffing en uitkeringsachterstand
Appellant heeft bij het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen (UWV) een verzoek ingediend tot vergoeding van schade die hij zou hebben geleden door een te lage inhouding van loonheffing op zijn WW-uitkering in 1999. Daarnaast vorderde hij vergoeding van rente en geleend geld vanwege een periode van zes maanden waarin hij geen uitkering ontving.
Het UWV wees het verzoek af, stellende dat de belastingdienst de te weinig ingehouden loonheffing via de aanslag inkomstenbelasting had gecorrigeerd, waardoor appellant per saldo geen financieel nadeel had. Ook de rechtbank verklaarde het bezwaar ongegrond.
In hoger beroep handhaafde appellant zijn standpunt en stelde dat hij rente had betaald over geleend geld om de periode zonder uitkering te overbruggen. De Centrale Raad van Beroep oordeelde dat de uitkeringsspecificatie een besluit is waartegen beroep openstaat en bevestigde dat appellant geen schade heeft geleden. De nabetaling van de uitkering corrigeerde de achterstand en appellant had zijn renteclaim onvoldoende onderbouwd.
De Raad concludeerde dat appellant geen aanspraak kan maken op vergoeding van de aanslag inkomstenbelasting noch op vergoeding van de rentekosten over het geleende bedrag. Het hoger beroep werd afgewezen en de uitspraak van de rechtbank bevestigd.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt afgewezen en de uitspraak van de rechtbank bevestigd; appellant krijgt geen schadevergoeding.