ECLI:NL:CRVB:2005:AU6855
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- M.A. Hoogeveen
- P. Boer
- Rechtspraak.nl
Niet-ontvankelijk verklaring wegens termijnoverschrijding in WW-zaken
In deze zaak stond de vraag centraal of appellante terecht een maatregel opgelegd kreeg wegens het niet naleven van de sollicitatieverplichting volgens de Werkloosheidswet (WW). De rechtbank had geoordeeld dat appellante in de periode van 5 mei tot 2 juni 2003 niet had gesolliciteerd en daarom een korting van 20% gedurende zestien weken met een verhoging van 10% wegens herhaling mocht worden opgelegd. Tevens verklaarde de rechtbank het bezwaar tegen een ander besluit niet-ontvankelijk vanwege een niet verschoonbare termijnoverschrijding.
Appellante stelde in hoger beroep nieuwe gronden aan, maar deze werden door de Centrale Raad van Beroep als niet nieuw of anders beoordeeld en daarom niet verder besproken. De Raad bevestigde het oordeel van de rechtbank en benadrukte dat ook werknemers die op ruime schaal uitzendarbeid verrichten, verplicht zijn minimaal één concrete sollicitatieactiviteit per week te verrichten.
De Raad wees tevens op het ontbreken van gronden voor vergoeding van proceskosten en verklaarde het hoger beroep niet-ontvankelijk wegens de termijnoverschrijding. De uitspraak werd op 9 november 2005 in het openbaar uitgesproken.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt niet-ontvankelijk verklaard wegens een niet verschoonbare termijnoverschrijding en de opgelegde maatregel wordt bevestigd.