ECLI:NL:CRVB:2005:AU6869
Centrale Raad van Beroep
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- C.G. Kasdorp
- Rechtspraak.nl
Afwijzing verzoek herziening WUV-uitkering wegens ontbreken vervolging als kind uit gemengd huwelijk
Eiser, geboren in 1936, heeft meerdere keren een aanvraag ingediend voor een uitkering op grond van de Wet uitkeringen vervolgingsslachtoffers 1940-1945 (WUV). Deze aanvragen werden afgewezen omdat niet is gebleken dat hij vervolging heeft ondergaan zoals bedoeld in de Wet. Eiser stelde dat hij als kind van een Joodse moeder en niet-Joodse vader grote risico's liep, onder meer door het helpen van zijn vader die clandestien handelde.
De Raad heeft beoordeeld of het bestreden besluit, waarin de herziening van de eerdere afwijzing werd geweigerd, in stand kan blijven. Uit de stukken blijkt dat eiser als kind uit een gemengd huwelijk formeel niet aan vervolging is blootgesteld en dat de door hem gestelde onderduik niet aannemelijk is gemaakt. De omstandigheden waaronder hij de oorlog doorbracht, verschillen niet zodanig van die van andere kinderen uit gemengde huwelijken dat hij gelijkgesteld kan worden met vervolgden.
De Raad oordeelt dat verweerster in redelijkheid tot afwijzing van het verzoek kon komen. Er zijn geen nieuwe feiten of omstandigheden aangevoerd die een herziening rechtvaardigen. Het beroep wordt daarom ongegrond verklaard en er worden geen proceskosten toegewezen.
Uitkomst: Het beroep van eiser wordt ongegrond verklaard en het verzoek om herziening van de WUV-uitkering wordt afgewezen.