ECLI:NL:CRVB:2005:AU6880
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- T. Hoogenboom
- Rechtspraak.nl
Bevestiging weigering WW-uitkering wegens niet tijdig ingediend bezwaar
Appellante maakte bezwaar tegen de weigering van haar WW-uitkering omdat zij verwijtbaar werkloos zou zijn geworden. Dit bezwaar werd echter niet tijdig ingediend, aangezien de bezwaartermijn van zes weken was verstreken. De rechtbank verklaarde het beroep ongegrond en de Centrale Raad van Beroep bevestigt deze uitspraak in hoger beroep.
Appellante voerde aan dat haar late bezwaar te wijten was aan het syndroom Borderline, waardoor zij niet tijdig kon reageren. De Raad oordeelde echter dat dit geen verschoonbare reden is, mede omdat geen objectief medisch bewijs werd overgelegd en appellante wel in staat was haar werkgever te benaderen en sollicitaties te verrichten.
De Raad concludeert dat de overschrijding van de bezwaartermijn niet kan worden geaccepteerd en bevestigt de eerdere uitspraak. Er worden geen proceskosten toegekend.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt ongegrond verklaard en de weigering van de WW-uitkering bevestigd wegens niet tijdig ingediend bezwaar.