ECLI:NL:CRVB:2005:AU6882
Centrale Raad van Beroep
- Herziening
- M.A. Hoogeveen
- Rechtspraak.nl
Afwijzing verzoek tot herziening onherroepelijke uitspraak UWV
De Centrale Raad van Beroep behandelde op 9 november 2005 het verzoek tot herziening van een eerder onherroepelijk geworden uitspraak van 2 maart 2005, waarbij de Raad van bestuur van het UWV en de Minister van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap partij waren.
Verzoeker had op 13 mei 2005 een verzoek tot herziening ingediend op grond van vermeende nieuwe feiten en omstandigheden. De Raad heeft onderzocht of aan de voorwaarden van artikel 8:88 van Pro de Algemene wet bestuursrecht (Awb) was voldaan, namelijk dat er feiten of omstandigheden zijn die voor de uitspraak plaatsvonden, die niet bekend waren en redelijkerwijs niet bekend konden zijn bij verzoeker, en die bij de Raad bekend zouden hebben geleid tot een andere uitspraak.
De Raad concludeerde dat uit het verzoekschrift en overige stukken niet bleek dat zulke feiten of omstandigheden waren aangevoerd. Het verzoek was dan ook niet geschikt om een hernieuwde discussie over de zaak te openen. Ook werd opgemerkt dat de termijn tussen uitspreken en verzending van de uitspraak administratief van aard is en geen aanleiding geeft tot proceskostenveroordeling.
Daarom wees de Centrale Raad het verzoek tot herziening af en bevestigde de onherroepelijkheid van de uitspraak van 2 maart 2005.
Uitkomst: Het verzoek tot herziening van de onherroepelijke uitspraak is afgewezen wegens het ontbreken van nieuwe feiten.