ECLI:NL:CRVB:2005:AU6945

Centrale Raad van Beroep

Datum uitspraak
10 november 2005
Publicatiedatum
4 april 2013
Zaaknummer
05-3098 AW
Instantie
Centrale Raad van Beroep
Type
Uitspraak
Uitkomst
Overig
Procedures
  • Hoger beroep
Rechters
  • R. Kooper
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 6:5 AwbArt. 8:54 AwbArt. 8:75 AwbArtikel 17 Beroepswet
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Niet-ontvankelijkverklaring beroep wegens verzuim indienen beroepsgronden

Eiser heeft op 22 mei 2005 beroep ingesteld tegen een besluit van het bestuur van de rechtbank 's-Gravenhage van 11 april 2005. Volgens artikel 6:5, eerste lid, aanhef en onder d, van de Algemene wet bestuursrecht (Awb) moet een beroepschrift de gronden van het beroep bevatten. Het ingediende beroepschrift bevatte echter geen gronden.

De Raad heeft eiser op 1 juni 2005 schriftelijk verzocht het verzuim binnen vier weken te herstellen, maar deze termijn is ongebruikt voorbijgegaan. Vervolgens is op 4 juli 2005 nogmaals aangetekend een termijn van twee weken gesteld om alsnog beroepsgronden in te dienen, met de waarschuwing dat overschrijding tot niet-ontvankelijkverklaring kan leiden. Ook deze termijn is door eiser niet benut.

De Raad heeft geen aanleiding gezien om toepassing te geven aan artikel 8:75 van Pro de Awb, die in bijzondere omstandigheden herstel kan toestaan. Omdat eiser geen gronden heeft ingediend en geen verontschuldiging voor het verzuim heeft gegeven, verklaart de Centrale Raad van Beroep het beroep niet-ontvankelijk en besluit zonder inhoudelijke behandeling van het beroep.

Uitkomst: Het beroep wordt niet-ontvankelijk verklaard wegens het niet indienen van beroepsgronden binnen gestelde termijnen.

Uitspraak

E N K E L V O U D I G E K A M E R
05/3098 AW
U I T S P R A A K
met toepassing van artikel 17 van Pro de Beroepswet in samenhang met artikel 8:54 van Pro de Algemene wet bestuursrecht in het geding tussen:
[eiser], wonende te [woonplaats], eiser,
en
het bestuur van de rechtbank ‘s-Gravenhage, verweerder.
I. INLEIDING
Bij beroepschrift van 22 mei 2005 heeft eiser beroep ingesteld tegen verweerders besluit van 11 april 2005.
II. MOTIVERING
In artikel 6:5, eerste lid, aanhef en onder d, van de Algemene wet bestuursrecht (Awb) is bepaald dat het beroepschrift de gronden van het beroep dient te bevatten.
Het ingediende beroepschrift bevat echter geen gronden.
Bij schrijven van 1 juni 2005 is eiser in de gelegenheid gesteld dit verzuim binnen vier weken te herstellen.
Eiser heeft deze termijn ongebruikt laten voorbijgaan.
Bij aangetekend schrijven van 4 juli 2005 is aan eiser nogmaals de gelegenheid geboden de beroepsgronden in te dienen. Daarbij is een termijn gesteld van twee weken na de dag van verzending en is erop gewezen dat overschrijding van die termijn tot niet-ontvankelijkverklaring van het beroep kan leiden.
Eiser heeft ook deze termijn ongebruikt laten voorbijgaan.
Nu niet is gebleken van redenen die een verontschuldiging zouden kunnen vormen voor dit verzuim, acht de Raad het beroep kennelijk niet-ontvankelijk, zodat zonder verder onderzoek wordt beslist zoals hierna in rubriek III is aangegeven.
De Raad acht geen termen aanwezig om toepassing te geven aan artikel 8:75 van Pro de Awb.
III. BESLISSING
De Centrale Raad van Beroep,
Recht doende:
Verklaart het beroep niet-ontvankelijk.
Aldus gegeven door mr. R. Kooper, in tegenwoordigheid van E. Blijleven-de Vries als griffier en uitgesproken in het openbaar op 10 november 2005.
(get.) R. Kooper.
(get.) E .Blijleven-de Vries.
Tegen deze uitspraak kunnen de belanghebbende en het bestuursorgaan binnen zes weken na de verzending van dit afschrift schriftelijk verzet doen bij de Centrale Raad van Beroep, Postbus 16002, 3500 DA UTRECHT.
De indiener van het verzetschrift kan daarbij vragen in de gelegenheid te worden gesteld over het verzet te worden gehoord.