ECLI:NL:CRVB:2005:AU6948
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- G.P.A.M. Garvelink-Jonkers
- K. Zeilemaker
- K.J. Kraan
- Rechtspraak.nl
Bevestiging weigering aanvullende inkomenscompensatie na ontslag ambtenaar
Appellant was 30 jaar werkzaam als ambtenaar bij de rechtbank Amsterdam en werd na gedeeltelijke arbeidsongeschiktheid ontslagen met een eenmalige vergoeding en wachtgelduitkering. Na herziening van zijn WAO-uitkering naar volledige arbeidsongeschiktheid werd de wachtgelduitkering beëindigd, waarna appellant een aanvullende inkomenscompensatie vroeg.
Het bestuur weigerde deze tegemoetkoming omdat er in 1997 geen toezegging was gedaan of gerechtvaardigde verwachting bestond dat bij financiële terugval verdere compensatie zou volgen. De rechtbank verklaarde het beroep ongegrond.
In hoger beroep voerde appellant aan dat er een voorbehoud was gemaakt tijdens de onderhandelingen en dat er verwachtingen waren gewekt over compensatie van inkomensverlies. De Raad oordeelde echter dat uit de onderhandelingen en de schriftelijke vastlegging geen toezegging of voorbehoud blijkt en dat de financiële risico’s destijds door appellant zijn afgewogen.
De Raad concludeert dat het bestuur in redelijkheid de aanvullende compensatie heeft kunnen weigeren en bevestigt de eerdere uitspraak. Tevens wordt geen proceskostenvergoeding toegekend.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt afgewezen en de weigering van aanvullende inkomenscompensatie bevestigd.