ECLI:NL:CRVB:2005:AU6951
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- G.P.A.M. Garvelink-Jonkers
- R. Kooper
- F.A.M. Stroink
- Rechtspraak.nl
Bevestiging RAP-status na opheffing functie wegens reorganisatie zonder détournement de pouvoir
Appellante was sinds 1996 werkzaam bij de dienst en ervoer vanaf 1998 spanningen in de arbeidsrelatie. Na ziekte en een voorgenomen reorganisatie werd haar functie opgeheven en werd haar de RAP-status toegekend omdat geen passende functie beschikbaar was. Appellante maakte bezwaar tegen deze besluiten en stelde dat de reorganisatie werd gebruikt om een vertrouwensbreuk te maskeren, wat neerkomt op détournement de pouvoir.
De rechtbank verklaarde het beroep ongegrond en de Centrale Raad van Beroep bevestigt dit oordeel. De Raad stelt vast dat de opheffing van de functie onderdeel was van een omvangrijke en reële reorganisatie waarbij management- en stafposities werden heringericht. Er was geen passende functie beschikbaar voor appellante binnen de nieuwe organisatie.
De Raad oordeelt dat het besluit op goede zakelijke gronden berust en dat er geen aanwijzingen zijn dat de reorganisatie is gebruikt om de verplichtingen jegens appellante te omzeilen. Ook het weigeren van mediation door gedaagde doet hieraan niet af. De toekenning van de RAP-status is daarmee terecht en de aangevallen uitspraak wordt bevestigd.
Uitkomst: De Centrale Raad van Beroep bevestigt de opheffing van de functie en de toekenning van de RAP-status zonder dat sprake is van détournement de pouvoir.