ECLI:NL:CRVB:2005:AU7112
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- D.J. van der Vos
- R.C. Stam
- A.W.M. Bijloos
- Rechtspraak.nl
Beoordeling arbeidsongeschiktheidsuitkering bij fibromyalgie en relevante verdiencapaciteit
Appellant, eigenaar van een detailhandel en reparatiebedrijf in audiovisuele apparatuur, staakte zijn werkzaamheden in 1991 wegens fibromyalgie. Gedaagde beëindigde in 1992 de ziektewetuitkering omdat appellant niet langer wegens ziekte buiten staat was zijn werk te verrichten. Appellant verkocht zijn bedrijf in 1996 en verzocht later om een arbeidsongeschiktheidsuitkering, welke werd geweigerd.
De rechtbank oordeelde dat de beperkingen van appellant zorgvuldig waren vastgesteld en niet leidden tot een relevant verlies aan verdienvermogen. De Centrale Raad van Beroep onderschrijft dit oordeel en wijst op het feit dat appellant na 1991 geen ziekmelding meer had en zijn werkzaamheden feitelijk kon voortzetten. Een neuropsychiatrisch rapport bevestigt de diagnose, maar ondersteunt niet dat appellant sedert 1991 volledig arbeidsongeschikt was.
De arbeidsdeskundige rapporteerde dat een wijziging in de bedrijfsvoering rond 1990 leidde tot minder fysieke belasting en dat de werkzaamheden niet zwaar belastend waren. De Raad benadrukt dat appellant zijn werkzaamheden zodanig had kunnen organiseren dat belastbaarheid niet werd overschreden. De Raad ziet geen aanleiding voor proceskostenveroordeling en bevestigt het bestreden besluit.
Uitkomst: De Centrale Raad van Beroep bevestigt de weigering van de arbeidsongeschiktheidsuitkering wegens onvoldoende relevant verlies aan verdiencapaciteit.