ECLI:NL:CRVB:2005:AU7129
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- G.P.A.M. Garvelink-Jonkers
- R. Kooper
- F.A.M. Stroink
- Rechtspraak.nl
Beoordeling terugvordering ontslaguitkering wegens gemeenteraadslidmaatschap en belangenafweging
Betrokkene ontving vanaf 1 januari 1988 wachtgeld dat later als ontslaguitkering werd aangemerkt. Vanaf 1994 was hij gemeenteraadslid en verrichtte daarnaast invalwerkzaamheden, waarbij de inkomsten de uitkering overschreden. De Minister herzag de uitkering over 2000-2002 en vorderde teveel betaalde bedragen terug, gebaseerd op het niet in acht nemen van het gemeenteraadslidmaatschap.
De rechtbank vernietigde het terugvorderingsbesluit omdat geen belangenafweging was gemaakt en de brief van 22 januari 2002 niet als eerste terugvorderingshandeling kon gelden voor 2000-2001. Zowel betrokkene als de Minister gingen in hoger beroep. De Raad oordeelde dat het betrokkene redelijkerwijs duidelijk moest zijn dat zijn raadslidmaatschap invloed had op de uitkering, mede omdat hij dit lidmaatschap had opgegeven.
De Raad bevestigde dat het bevoegde bestuursorgaan de Minister is en niet het UWV. De Raad vond dat het ontbreken van een belangenafweging een reden was om het besluit te vernietigen en dat de brief van 22 januari 2002 niet als eerste terugvorderingshandeling kon gelden. De Minister werd veroordeeld tot het nemen van een nieuw besluit met inachtneming van deze overwegingen en tot betaling van proceskosten.
Uitkomst: Het bestreden besluit tot terugvordering wordt vernietigd en de Minister moet een nieuw besluit nemen met inachtneming van een belangenafweging.