ECLI:NL:CRVB:2005:AU7131
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- D.J. van der Vos
- R.C. Stam
- A.W.M. Bijloos
- Rechtspraak.nl
Bevestiging intrekking WAO-uitkering wegens onvoldoende arbeidsongeschiktheid
Appellant heeft in hoger beroep bezwaar gemaakt tegen de intrekking van zijn WAO-uitkering per 9 april 2002, omdat volgens hem zijn arbeidsbeperkingen zijn onderschat en de voorgestelde functies niet toegankelijk zijn.
De rechtbank Utrecht heeft het beroep ongegrond verklaard en geoordeeld dat de arbeidsbeperkingen van appellant correct zijn vastgesteld volgens artikel 4 van Pro het Schattingsbesluit. Tevens is vastgesteld dat appellant met de aangedragen functies ten minste 15% van zijn maatloon kan verdienen en dat deze functies binnen zijn belastbaarheid liggen.
De Centrale Raad van Beroep sluit zich aan bij het oordeel van de rechtbank en bevestigt de uitspraak. Appellant heeft in hoger beroep geen nieuwe feiten of omstandigheden aangevoerd die het oordeel kunnen wijzigen. Er is geen aanleiding voor een proceskostenveroordeling.
Uitkomst: De intrekking van de WAO-uitkering wordt bevestigd omdat de arbeidsongeschiktheid minder dan 15% bedraagt en de functies toegankelijk zijn.