ECLI:NL:CRVB:2005:AU7200
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Th.C. van Sloten
- Rechtspraak.nl
Beoordeling weigering uitkering op grond van de Wet IOAZ wegens niet voldoen aan urencriterium
Appellant, geboren in 1946, vroeg op 4 juni 2002 een uitkering aan op grond van de Wet inkomensvoorziening oudere en gedeeltelijk arbeidsongeschikte gewezen zelfstandigen (IOAZ) met ingang van 1 juli 2002. De gemeente wees de aanvraag bij besluit van 21 augustus 2002 af, omdat appellant niet voldeed aan de definitie van gewezen zelfstandige zoals bedoeld in artikel 2, vijfde lid, IOAZ. Het bezwaar van appellant werd op 20 maart 2003 ongegrond verklaard en de rechtbank bevestigde dit in een uitspraak van 15 juni 2004.
De Raad overwoog dat appellant niet voldeed aan het urencriterium van ten minste 1225 uren in het kalenderjaar 2001, het jaar voorafgaand aan de aanvraag. Hoewel appellant nog als varkenshouder stond ingeschreven, was hij feitelijk al sinds 1996 gestopt met zijn bedrijf vanwege onvoldoende rendement. Dit maakte dat hij niet tot de personenkring van de IOAZ behoorde.
De Raad bevestigt de eerdere uitspraak en wijst het hoger beroep af. Er is geen aanleiding voor een veroordeling in de proceskosten.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt ongegrond verklaard en de weigering van de IOAZ-uitkering bevestigd.