ECLI:NL:CRVB:2005:AU7243
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- K.J.S. Spaas
- C.P.M. van de Kerkhof
- M. Greebe
- Rechtspraak.nl
Bevestiging WAO-premiedifferentiatie ondanks bezwaren over medische stukken en privacy
Appellantes hebben bezwaar gemaakt tegen de vaststelling van de gedifferentieerde WAO-premie, mede gebaseerd op de toekenning van een WAO-uitkering aan een werknemer met nek- en rugklachten. De procedure kende discussie over de toegang tot medische stukken, waarbij de werknemer geen toestemming gaf voor inzage door appellantes. De Raad paste artikel 8:32, tweede lid, Awb toe, waardoor alleen de gemachtigde en medisch adviseur inzage kregen, en oordeelde dat dit gerechtvaardigd was gezien het privacybelang van de werknemer.
De medische beoordeling leidde tot een verhoging van de WAO-uitkering van 15-25% naar 80-100% met terugwerkende kracht. Appellantes betwistten de medische motivering, met name de beoordeling van de verzekeringsarts Dorsman, maar de Raad vond dat de medische onderbouwing, mede door latere rapportages, voldoende was.
Verder werd aangevoerd dat de werkgever geen evenwichtige procespositie had omdat zij geen inzicht kreeg in de selectie van functies uit het Functie Informatie Systeem, maar de Raad stelde dat dit geen rol speelde omdat er geen arbeidskundige aspecten aan de toekenning ten grondslag lagen.
Hoewel de procedure ruim 5 tot 7 jaar duurde en daarmee in strijd was met artikel 6 EVRM Pro, verbond de Raad hieraan geen gevolgen omdat appellantes dat niet wensten. Ook werd een verzoek om proceskostenvergoeding afgewezen omdat de Raad geen verwijt aan gedaagde zag en de medische stukken ambtshalve waren opgevraagd.
De Centrale Raad van Beroep bevestigde uiteindelijk het bestreden vonnis en verklaarde de beroepen ongegrond.
Uitkomst: De Centrale Raad van Beroep bevestigt de gedifferentieerde WAO-premie en verklaart het hoger beroep ongegrond.