ECLI:NL:CRVB:2005:AU7270
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- K.J.S. Spaas
- G. van der Wiel
- C.W.J. Schoor
- Rechtspraak.nl
Bevestiging terugvordering AAW-uitkering wegens toerekening winst onderneming echtgenote
Appellant, een zelfstandig groente- en fruithandelaar, ontving een uitkering krachtens de AAW die later werd omgezet in een WAZ-uitkering. Naar aanleiding van een anonieme tip startte het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen een onderzoek naar de werkzaamheden van appellant binnen de onderneming van zijn echtgenote. Dit onderzoek, inclusief verklaringen, telefoontaps en observaties, leidde tot de conclusie dat de winst van de onderneming geheel aan appellant moest worden toegerekend.
De rechtbank oordeelde dat de werkzaamheden van de echtgenote beperkt waren tot hand- en spandiensten zoals telefoon aannemen en betalingen storten, en dat appellant onvoldoende aannemelijk had gemaakt dat zij relevante werkzaamheden verrichtte. In hoger beroep voerde appellant aan dat zijn echtgenote meer administratieve en ondersteunende taken verrichtte, maar de Raad volgde dit niet, mede vanwege de eigen verklaring van appellant dat haar werkzaamheden marginaal waren.
De Raad concludeerde dat de werkzaamheden van de echtgenote niet meer omvatten dan beperkte handelingen en dat er geen aanwijzingen waren voor andere relevante activiteiten. Daarom werd het hoger beroep verworpen en de uitspraak van de rechtbank bevestigd. Tevens werd geen aanleiding gezien voor toepassing van artikel 8:75 van Pro de Algemene wet bestuursrecht.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt verworpen en de terugvordering van teveel betaalde AAW-uitkering wordt bevestigd.