ECLI:NL:CRVB:2005:AU7292
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- K.J.S. Spaas
- C.P.M. van de Kerkhof
- M. Greebe
- Rechtspraak.nl
Bevestiging weigering WAO-uitkering wegens onvoldoende arbeidsongeschiktheid
Appellant, werkzaam als servicemedewerker, viel op 12 februari 2001 uit wegens voetklachten. Na onderzoek door een verzekeringsarts en een arbeidsdeskundige werd vastgesteld dat appellant ondanks afgenomen lichamelijke en psychische belastbaarheid nog duurzame benutbare mogelijkheden voor arbeid heeft. De arbeidsdeskundige stelde de mate van arbeidsongeschiktheid op minder dan 15%.
Gedaagde weigerde daarom op 15 november 2002 een WAO-uitkering toe te kennen. Appellant maakte bezwaar en ging in beroep, stellende dat de medische keuringen niet correct waren uitgevoerd en dat onduidelijkheid bestond over het kader van het onderzoek. De rechtbank verklaarde het beroep ongegrond en de Centrale Raad van Beroep bevestigde dit oordeel.
De Raad oordeelde dat het verzekeringsgeneeskundig onderzoek zorgvuldig was uitgevoerd en dat de beperkingen niet onderschat waren. De functies die appellant nog kan vervullen zijn passend en het verlies aan verdiencapaciteit blijft onder de 15%. Daarom is de weigering van de WAO-uitkering terecht.
Uitkomst: De Centrale Raad van Beroep bevestigt de weigering van de WAO-uitkering wegens een verlies aan verdiencapaciteit van minder dan 15%.