ECLI:NL:CRVB:2005:AU7401
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- W.J. Schuttel
- R.C. Stam
- N.J. Haverkamp
- Rechtspraak.nl
Bevestiging weigering WAJONG-uitkering wegens onvoldoende arbeidsongeschiktheid
Appellante, die in 1994 haar studie notarieel recht afrondde, vroeg in juni 2001 een WAJONG-uitkering aan wegens arbeidsongeschiktheid veroorzaakt door schildklierkanker die in 1996 werd vastgesteld. De ziekte en behandeling leidden tot beperkingen, maar volgens het verzekeringsgeneeskundig onderzoek kon zij energetisch niet belastende werkzaamheden verrichten waarmee zij meer dan 75% van het maatloon kon verdienen.
De rechtbank Utrecht verklaarde het beroep ongegrond en oordeelde dat de medische rapporten geen aanleiding gaven af te wijken van het advies van de verzekeringsarts. Hoewel psychologen en psychiaters beperkingen bevestigden, was er geen medische objectivering van de vermoeidheidsklachten. De Raad sluit zich hierbij aan en merkt op dat de gezondheidstoestand van appellante in de relevante periode niet verslechterd is.
Appellante voerde aan dat haar beperkingen, met name vermoeidheid en kougevoeligheid, werden onderschat en dat zij slechts beperkt uren kon werken. Echter, de Raad achtte de opmerking over een geleidelijke opbouw van het arbeidsritme niet ingegeven door deze klachten. De aangevallen uitspraak wordt bevestigd zonder proceskostenveroordeling.
Uitkomst: De Centrale Raad van Beroep bevestigt de weigering van de WAJONG-uitkering wegens onvoldoende arbeidsongeschiktheid.