ECLI:NL:CRVB:2005:AU7402
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- T. Hoogenboom
- Rechtspraak.nl
Bevestiging verwijtbare werkloosheid wegens weigering medewerking aan arbeidsbevordering
Appellant was werkzaam bij het Sociale Werkvoorzieningschap Delta te Zutphen en kreeg op 25 oktober 2003 ontslag. Hij verzocht om een WW-uitkering, maar het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen stelde een voorschot op nihil wegens vermoeden van verwijtbare werkloosheid. De rechtbank verklaarde het beroep van appellant ongegrond.
De Centrale Raad van Beroep oordeelt dat appellant zich zodanig heeft gedragen dat hij redelijkerwijs moest begrijpen dat dit tot ontslag zou leiden. Dit gedrag bestond uit herhaaldelijke weigering om mee te werken aan het behoud en bevorderen van zijn arbeidsbekwaamheid, verplicht gesteld door de Wet sociale werkvoorziening. Ondanks waarschuwingen van de werkgever bleef appellant nalatig.
De Raad acht het onderzoek van de werkgever en het besluit van het Uitvoeringsinstituut zorgvuldig en rechtmatig. De weigering van medewerking rechtvaardigt de weigering van de WW-uitkering. Appellant voerde diverse grieven die buiten het bestreden besluit vallen, welke niet worden behandeld. De Raad bevestigt het bestreden besluit en ziet geen aanleiding voor proceskostenveroordeling.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt ongegrond verklaard en de WW-uitkering wordt geweigerd wegens verwijtbare werkloosheid.