ECLI:NL:CRVB:2005:AU7404
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- C.G. Kasdorp
- G.L.M.J. Stevens
- H.R. Geerling-Brouwer
- Rechtspraak.nl
Bevestiging afwijzing aanvraag uitkering Stichting Maror-gelden wegens niet voldoen aan Joodse afstammingscriteria
Appellante heeft een aanvraag ingediend voor een uitkering op grond van het Uitkeringsreglement Individuele Uitkeringen Stichting Maror-gelden Overheid. Deze aanvraag is door het bestuur afgewezen omdat appellante niet aannemelijk heeft gemaakt dat zij is geboren uit ten minste één Joodse ouder met twee Joodse grootouders, noch dat zij is vervolgd of beroofd vanwege haar Joodse afkomst.
De rechtbank heeft het beroep van appellante tegen deze afwijzing ongegrond verklaard. Appellante heeft aangevoerd dat bewijsstukken die haar Joodse afstamming zouden aantonen, verloren zijn gegaan door de verwoesting van de familieboerderij tijdens de Tweede Wereldoorlog. Desondanks oordeelt de Raad dat het ontbreken van bewijs en het niet voldoen aan de criteria in artikel 2 van Pro het Reglement rechtvaardigt dat de aanvraag wordt afgewezen.
De Raad ziet geen aanleiding om het besluit te vernietigen en wijst ook een vergoeding van proceskosten af. De afwijzing wordt bevestigd omdat appellante niet voldoet aan de in het Reglement gestelde voorwaarden om als belanghebbende te worden aangemerkt.
Uitkomst: De aanvraag om uitkering wordt afgewezen omdat appellante niet voldoet aan de vereisten van het Reglement.