ECLI:NL:CRVB:2005:AU7405
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- H. Bolt
- Rechtspraak.nl
Bevestiging afwijzing loongerelateerde WW-uitkering wegens onvoldoende loonperiode
Appellant is in hoger beroep gekomen tegen een uitspraak van de rechtbank Almelo waarin zijn bezwaar tegen de beslissing van het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen (UWV) om hem geen loongerelateerde WW-uitkering toe te kennen, ongegrond werd verklaard. De kern van het geschil is of appellant in de jaren 1996 tot en met 1999 over ten minste 52 dagen per jaar loon heeft ontvangen.
De rechtbank oordeelde dat appellant dit niet heeft aangetoond. De door appellant aangevoerde omstandigheden, waaronder het verlies van administratie door sloop van het kantoorgebouw van zijn werkgever, leiden niet tot een ander oordeel. Appellant had geacht moeten worden op andere wijze bewijs te leveren van de loonbetalingen.
De Centrale Raad van Beroep onderschrijft het oordeel van de rechtbank en ziet geen nieuwe gronden in het hoger beroep die aanleiding geven tot heroverweging. Ook wordt geen proceskostenveroordeling opgelegd. De aangevallen uitspraak wordt bevestigd.
Uitkomst: De Centrale Raad van Beroep bevestigt de afwijzing van de loongerelateerde WW-uitkering wegens onvoldoende bewijs van loon over minimaal 52 dagen per jaar.