ECLI:NL:CRVB:2005:AU7405

Centrale Raad van Beroep

Datum uitspraak
16 november 2005
Publicatiedatum
4 april 2013
Zaaknummer
05-2796 WW
Instantie
Centrale Raad van Beroep
Type
Uitspraak
Uitkomst
Afwijzend
Procedures
  • Hoger beroep
Rechters
  • H. Bolt
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 8:75 Awb
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Bevestiging afwijzing loongerelateerde WW-uitkering wegens onvoldoende loonperiode

Appellant is in hoger beroep gekomen tegen een uitspraak van de rechtbank Almelo waarin zijn bezwaar tegen de beslissing van het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen (UWV) om hem geen loongerelateerde WW-uitkering toe te kennen, ongegrond werd verklaard. De kern van het geschil is of appellant in de jaren 1996 tot en met 1999 over ten minste 52 dagen per jaar loon heeft ontvangen.

De rechtbank oordeelde dat appellant dit niet heeft aangetoond. De door appellant aangevoerde omstandigheden, waaronder het verlies van administratie door sloop van het kantoorgebouw van zijn werkgever, leiden niet tot een ander oordeel. Appellant had geacht moeten worden op andere wijze bewijs te leveren van de loonbetalingen.

De Centrale Raad van Beroep onderschrijft het oordeel van de rechtbank en ziet geen nieuwe gronden in het hoger beroep die aanleiding geven tot heroverweging. Ook wordt geen proceskostenveroordeling opgelegd. De aangevallen uitspraak wordt bevestigd.

Uitkomst: De Centrale Raad van Beroep bevestigt de afwijzing van de loongerelateerde WW-uitkering wegens onvoldoende bewijs van loon over minimaal 52 dagen per jaar.

Uitspraak

E N K E L V O U D I G E K A M E R
05/2796 WW
U I T S P R A A K
in het geding tussen:
[appellant], wonende te [woonplaats], appellant,
en
de Raad van bestuur van het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen, gedaagde.
I. ONTSTAAN EN LOOP VAN HET GEDING
Appellant is op daartoe bij beroepschrift aangevoerde gronden in hoger beroep gekomen van een door de rechtbank Almelo op 26 april 2005 tussen partijen gewezen uitspraak, reg.nr. 04/735 WW, waarnaar hierbij wordt verwezen.
Gedaagde heeft een verweerschrift ingediend.
Met zijn brieven van 13 juni, 31 juli en 10 augustus 2005 heeft appellant nadere informatie verstrekt.
Desgevraagd hebben partijen toestemming gegeven de behandeling van het geding ter zitting van de Raad achterwege te laten.
II. MOTIVERING
Bij de aangevallen uitspraak is de rechtbank uitvoerig gemotiveerd tot het oordeel gekomen dat gedaagde bij het thans bestreden besluit van 20 juli 2004 terecht het bezwaar van appellant tegen gedaagdes beslissing van 14 juli 2003 ongegrond heeft verklaard. Bij laatstgenoemd besluit heeft gedaagde overwogen dat appellant niet voldoet aan de voorwaarden om in aanmerking te worden gebracht voor een loongerelateerde WW-uitkering. De rechtbank heeft er daartoe onder meer op gewezen dat niet is aangetoond dat appellant in de periode 1996 tot en met 1999 over tenminste 52 dagen per jaar loon heeft ontvangen. De omstandigheid dat de benodigde gegevens, waaronder appellants administratie, verloren zouden zijn gegaan bij de sloop van het kantoorgebouw waar appellants werkgever gehuisvest zou zijn geweest, maakt dit naar het oordeel van de rechtbank niet anders, omdat verondersteld mag worden dat appellant in staat moet worden geacht ook op andere wijze documenten te bemachtigen waaruit blijkt dat hij in de jaren 1996 tot en met 1999 loon heeft ontvangen.
De Raad onderschrijft dat oordeel en maakt de overwegingen die de rechtbank tot dat oordeel hebben geleid, tot de zijne.
Hetgeen appellant in hoger beroep heeft aangevoerd bevat in vergelijking tot het gestelde in eerste aanleg, geen nieuwe of andere gronden en behoeft derhalve, gelet op het hiervoor overwogene, geen bespreking meer.
Op grond van het vorenstaande wordt geconcludeerd dat de aangevallen uitspraak voor bevestiging in aanmerking komt.
De Raad acht geen termen aanwezig om toepassing te geven aan artikel 8:75 van Pro de Algemene wet bestuursrecht inzake de proceskosten.
III. BESLISSING
De Centrale Raad van Beroep,
Recht doende:
Bevestigt de aangevallen uitspraak.
Aldus gegeven door mr. H. Bolt, in tegenwoordigheid van P. Boer als griffier, en uitgesproken in het openbaar op 16 november 2005.
(get.) H. Bolt.
(get.) P. Boer.