ECLI:NL:CRVB:2005:AU7411
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- J.W. Schuttel
- R.C. Stam
- N.J. Haverkamp
- Rechtspraak.nl
Beoordeling weigering WAZ-uitkering wegens onvoldoende arbeidsongeschiktheid na psychische klachten
Appellant, een zelfstandig bedrijfsjurist, stopte met werken vanwege psychische klachten en begon later deeltijd als docent recht. Hij vroeg een WAZ-uitkering aan, die werd geweigerd omdat hij niet minimaal 52 weken onafgebroken arbeidsongeschikt was. De verzekeringsarts constateerde dat de ziekteverschijnselen verdwenen waren en er geen beperkingen meer waren in het verrichten van werk.
Appellant stelde dat hij door vermoeidheid en verminderde stressbestendigheid niet in staat was zijn oorspronkelijke werk te verrichten en vond dat een aanvullende expertise had moeten plaatsvinden. De Raad oordeelde dat arbeidsongeschiktheid alleen kan worden vastgesteld als er een vrijwel eenduidige, medisch gemotiveerde opvatting bestaat dat de verzekerde niet kan werken. Dit was niet het geval.
De Raad benadrukte dat het besluit gebaseerd was op uitgebreid verzekeringsgeneeskundig onderzoek, inclusief bevindingen van de behandelend arts en psycholoog, die aangaven dat de klachten tot een bevredigend niveau waren teruggebracht. Een DSM-diagnose ontbrak. De Raad bevestigde daarom de eerdere uitspraak en zag geen aanleiding voor een proceskostenveroordeling.
Uitkomst: De Centrale Raad van Beroep bevestigt de weigering van de WAZ-uitkering wegens het ontbreken van objectieve medische arbeidsongeschiktheid.