ECLI:NL:CRVB:2005:AU7426
Centrale Raad van Beroep
- Eerste aanleg - meervoudig
- C.G. Kasdorp
- G.L.M.J. Stevens
- H.R. Geerling-Brouwer
- Rechtspraak.nl
Beoordeling van vermogenskorting op periodieke WUV-uitkering bij gezamenlijke vermogensinkomsten echtgenoten
Eiser, erkend als vervolgde in de zin van de Wet uitkeringen vervolgingsslachtoffers 1940-1945, kreeg een periodieke uitkering toegekend die later werd gekort wegens inkomsten uit vermogen. De korting werd berekend op basis van het gezamenlijke vermogen van eiser en zijn echtgenote volgens een forfaitair rendementspercentage van 4%, zoals voorgeschreven in de Wet.
Eiser voerde aan dat een deel van het vermogen op naam van zijn echtgenote stond en dat de feitelijke rente uit zijn vermogen onvoldoende was voor zijn levensonderhoud. De Raad oordeelde dat de Wet dwingendrechtelijk voorschrijft dat het gezamenlijke vermogen van aanvrager en echtgenoot meetelt en dat het forfaitaire rendement geldt, ongeacht het feitelijke rendement.
De Raad concludeerde dat het bestreden besluit in stand kan blijven en verklaarde het beroep ongegrond. Tevens werd geen vergoeding van proceskosten toegekend. De uitspraak bevestigt de wettelijke toepassing van vermogenskorting op WUV-uitkeringen en de onvermijdelijkheid van het forfaitaire rendementspercentage.
Uitkomst: Het beroep van eiser wordt ongegrond verklaard en het besluit tot vermogenskorting op de WUV-uitkering blijft in stand.