ECLI:NL:CRVB:2005:AU7431
Centrale Raad van Beroep
- Eerste aanleg - meervoudig
- C.G. Kasdorp
- G.L.M.J. Stevens
- H.R. Geerling-Brouwer
- Rechtspraak.nl
Afwijzing WUV-uitkering wegens ontbreken vervolging onder Duitse bezetting
Eiser, geboren uit Joodse ouders, vroeg een WUV-uitkering aan als vervolgde in de zin van de Wet uitkeringen vervolgingsslachtoffers 1940-1945. Hij reisde in juli 1942 met zijn familie legaal onder Duitse begeleiding via Frankrijk en Spanje naar Argentinië, waar zijn grootouders woonden. De verweerster, de Pensioen- en Uitkeringsraad, weigerde de uitkering omdat eiser geen vervolging had ondergaan, aangezien zijn vertrek niet als onderduik werd beschouwd en hij geen vervolgingsmaatregelen hoefde te vrezen.
De Raad bevestigde dit oordeel en verwees naar een eerdere uitspraak waarbij ook de aanvraag van eisers echtgenote werd afgewezen op dezelfde gronden. De Raad oordeelde dat de legale reis met medewerking van de bezetter niet gelijkgesteld kan worden aan clandestiene vlucht met de risico’s van vervolging. Hoewel de Raad erkent dat anti-joodse maatregelen zoals de sterdraagplicht discriminerend waren, achtte hij deze niet gelijk aan vervolging in de zin van de Wet.
De Raad concludeerde dat de verweerster terecht heeft geoordeeld dat eiser niet aan vervolging is blootgestaan en dat er geen sprake is van strijd met het gelijkheidsbeginsel of het beginsel van behoorlijk bestuur. Het beroep werd daarom ongegrond verklaard.
Uitkomst: Het beroep wordt ongegrond verklaard omdat eiser geen vervolging in de zin van de Wet heeft ondergaan.