ECLI:NL:CRVB:2005:AU7433
Centrale Raad van Beroep
- Eerste aanleg - meervoudig
- C.G. Kasdorp
- G.L.M.J. Stevens
- H.R. Geerling-Brouwer
- Rechtspraak.nl
Weigering erkenning als burger-oorlogsslachtoffer wegens ontbreken blijvende invaliditeit door sterdraagplicht
Eiser, geboren in 1919 uit Joodse ouders, vroeg erkenning als burger-oorlogsslachtoffer op grond van de Wet uitkeringen burger-oorlogsslachtoffers 1940-1945. Hij stelde psychische klachten te hebben door oorlogservaringen, met name door de sterdraagplicht opgelegd door de Duitse bezetter.
Verweerster weigerde erkenning omdat alleen de sterdraagplicht als calamiteit gold en er geen sprake was van blijvende invaliditeit door deze maatregel. De Raad volgde dit standpunt en oordeelde dat andere anti-Joodse maatregelen niet als individuele calamiteiten gelden.
Medische rapporten van arts Roelofs en psychiater Witte concludeerden dat eiser geen psychiatrische stoornis had volgens DSM-IV, maar slechts enkele karaktertrekken. Het beroep van eiser werd ongegrond verklaard omdat onvoldoende grond bestond voor een andere beoordeling.
De Raad vond geen aanleiding voor een aanvullend specialistisch advies en achtte de medische beoordeling van verweerster voldoende onderbouwd. Het beroep werd daarom verworpen.
Uitkomst: Het beroep van eiser wordt ongegrond verklaard en de weigering erkenning als burger-oorlogsslachtoffer bevestigd.