ECLI:NL:CRVB:2005:AU7467
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- M.S.E. Wulffraat-van Dijk
- M.C.M. van Laar
- F.J.L. Pennings
- Rechtspraak.nl
Bevestiging weigering verhoging WAO-uitkering wegens geen toegenomen klachten door dezelfde ziekteoorzaak
Appellant, die sinds 1992 een WAO-uitkering ontvangt wegens rugklachten, meldde zich in augustus 2002 ziek vanwege spit. Een verzekeringsarts stelde vast dat spit een acute rugklacht is die doorgaans niet langer dan vier weken duurt en dat er geen sprake was van toegenomen klachten of beperkingen voortvloeiend uit dezelfde ziekteoorzaak als de chronische rugklachten.
De rechtbank verklaarde het beroep van appellant tegen het besluit van het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen (UWV) ongegrond. Appellant ging hiertegen in hoger beroep bij de Centrale Raad van Beroep, die het standpunt van het UWV onderschreef.
De Raad hechtte doorslaggevende waarde aan het feit dat spit niet dezelfde ziekteoorzaak is als de chronische rugklachten en dat appellant geen medische gegevens had overgelegd die dit tegenspraken. De verklaringen van de huisarts en revalidatiearts, gedateerd na de ziekmelding, konden het oordeel van de verzekeringsarts niet ondermijnen.
De Raad bevestigde de eerdere uitspraak en oordeelde dat geen sprake was van toegenomen beperkingen die een verhoging van de WAO-uitkering rechtvaardigen. Tevens werd geoordeeld dat een arbeidskundig onderzoek niet noodzakelijk was in deze situatie.
Uitkomst: De Centrale Raad van Beroep bevestigt dat de WAO-uitkering ongewijzigd blijft omdat geen sprake is van toegenomen klachten door dezelfde ziekteoorzaak.