ECLI:NL:CRVB:2005:AU7536
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- K.J.S. Spaas
- G. van der Wiel
- M.C.M. van Laar
- Rechtspraak.nl
Bevestiging weigering WAO-uitkering wegens bestaande volledige arbeidsongeschiktheid bij aanvang verzekering
Appellante is via een uitzendbureau op 20 juni 2000 gaan werken, maar meldde zich op 3 augustus 2000 ziek vanwege concentratieproblemen en slechte werkprestaties. Medisch onderzoek wees uit dat zij al bij aanvang van haar verzekering volledig arbeidsongeschikt was door een depressie en een persoonlijkheidsstoornis met borderline kenmerken.
Het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen (Uwv) weigerde de WAO-uitkering omdat de arbeidsongeschiktheid bij aanvang van de verzekering bestond en maakte gebruik van de bevoegdheid om deze buiten aanmerking te laten. De rechtbank verklaarde het bezwaar van appellante ongegrond en oordeelde dat het Uwv het besluit rechtmatig had genomen.
In hoger beroep voerde appellante aan dat zij niet kon voorzien dat zij arbeidsongeschikt zou worden en dat de deskundige op magere gronden zijn oordeel had geveld. De Raad verwierp deze stellingen wegens onvoldoende onderbouwing en bevestigde dat appellante bij aanvang van haar verzekering volledig arbeidsongeschikt was. Het beroep werd ongegrond verklaard en de weigering van de WAO-uitkering gehandhaafd.
Uitkomst: De Centrale Raad van Beroep bevestigt de weigering van de WAO-uitkering omdat appellante bij aanvang van haar verzekering volledig arbeidsongeschikt was.