ECLI:NL:CRVB:2005:AU7691
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Ch. van Voorst
- M.S.E. Wulffraat-van Dijk
- M.C.M. van Laar
- Rechtspraak.nl
Bevestiging geschiktheid voor geduide functies ondanks nek- en schouderklachten in WAO- en ZW-zaken
Appellant, werkzaam als medewerker boomkwekerij, viel uit wegens nek- en schouderklachten en werd medisch geschikt verklaard voor bepaalde functies binnen de WAO. De arbeidsdeskundige stelde een mate van arbeidsongeschiktheid vast op basis van geduide functies zoals samensteller en kamermeisje/jongen.
De rechtbank wees het beroep van appellant tegen de toekenning en verlaging van de WAO-uitkering af. In hoger beroep betoogde appellant dat de belastbaarheid werd overschreden, met name bij de functie kamermeisje vanwege klimmen. De Raad vroeg om nadere motivering, waarna werd toegelicht dat het klimmen beperkt is tot lage hoogtes en lage frequentie, waardoor de functie binnen de belastbaarheid blijft.
Ook in de Ziektewet-zaak werd appellant na ziekmelding per 4 maart 2002 medisch geschikt geacht voor de geduide functies. De Raad bevestigde dat de maatstaf voor 'zijn arbeid' de geduide functies zijn die passend zijn verklaard binnen de WAO.
Gezien het ontbreken van nieuwe medische stukken die een ander oordeel rechtvaardigen, bevestigde de Centrale Raad van Beroep de eerdere uitspraken en wees het hoger beroep af.
Uitkomst: De Centrale Raad van Beroep bevestigt dat appellant geschikt is voor de geduide functies en wijst het hoger beroep af.