ECLI:NL:CRVB:2005:AU7753
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- B.J. van der Net
- G. van der Wiel
- N.J. van Vulpen-Grootjans
- Rechtspraak.nl
Bevestiging premiebetalingstijdvak kalenderjaar bij sociale verzekeringspremies voor artiesten
Appellanten, een bedrijf dat optredens van artiesten verzorgt, voerden beroep aan tegen correctienota's en boetenota's die betrekking hadden op de jaren 1999 en 2000. Het geschil betrof de wijze van premieafdracht voor sociale werknemersverzekeringen, waarbij appellanten betoogden dat voor hun branche een uitzondering, de zogenaamde 'mandagenregeling', zou moeten gelden.
De rechtbank had reeds geoordeeld dat het hanteren van een premiebetalingstijdvak van een kalenderjaar door de verweerder, het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen, geen rechtsregel schond. De Centrale Raad van Beroep sluit zich hierbij aan en benadrukt dat artikel 11 van Pro de Coördinatiewet Sociale Verzekering (CSV) de verweerder de ruimte geeft om het premiebetalingstijdvak vast te stellen, doorgaans gelijklopend met het kalenderjaar.
De Raad wijst erop dat hoewel de mandagenregeling relevant is voor de toetsing van de loongrens van de Ziekenfondswet, dit niet betekent dat het premiebetalingstijdvak op een dag moet worden vastgesteld. De premievaststelling betreft immers de vaststelling van de uiteindelijk verschuldigde premie over de verplicht verzekerde periodes binnen een kalenderjaar.
Gelet op deze overwegingen bevestigt de Centrale Raad van Beroep de eerdere uitspraken en wijst het beroep van appellanten af. Er worden geen proceskosten toegekend.
Uitkomst: De Centrale Raad van Beroep bevestigt dat het hanteren van een premiebetalingstijdvak van een kalenderjaar rechtmatig is en wijst het beroep van appellanten af.