ECLI:NL:CRVB:2005:AU7784
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- T. Hoogenboom
- J. Riphagen
- M. Greebe
- Rechtspraak.nl
Bevestiging weigering herkrijging werknemerschap na zelfstandige werkzaamheden
Appellant heeft hoger beroep ingesteld tegen een uitspraak van de rechtbank waarin werd geoordeeld dat hij zijn werknemerschap niet heeft herkregen op grond van artikel 8 van Pro de Werkloosheidswet (WW). Hij stelde primair dat hij zijn zelfstandige werkzaamheden volledig had gestaakt en daardoor het werknemerschap van rechtswege had herkregen. Subsidiair voerde hij aan dat een eventuele termijnoverschrijding niet voor zijn risico mocht komen.
De Raad overwoog dat appellant vanaf 8 mei 2000 als zelfstandige werkzaam was en dat hij anderhalf jaar later, op 8 november 2001, nog steeds als zelfstandige moest worden beschouwd. Dit blijkt ook uit het feit dat hij vanaf 1 december 2001 weer als zelfstandige op projectbasis werkte. Het verwerven van opdrachten wordt als zelfstandige activiteit aangemerkt, zodat geen sprake was van volledige beëindiging van de zelfstandige werkzaamheden.
De primaire grond van appellant faalde daarom. Ook de subsidiaire grond werd verworpen omdat de Raad de eerdere overwegingen van de rechtbank onderschreef en appellant geen nieuwe argumenten aanvoerde. Een later ingediend standpunt dat hij vanaf 8 mei 2000 in loondienst zou zijn geweest, werd niet in behandeling genomen wegens strijd met de goede procesorde en gebrek aan onderbouwing.
De Raad concludeerde dat gedaagde terecht heeft besloten dat appellant het werknemerschap niet heeft herkregen. Er was geen aanleiding voor een proceskostenveroordeling. De aangevallen uitspraak werd bevestigd.
Uitkomst: De Raad bevestigt dat appellant het werknemerschap niet heeft herkregen omdat hij zijn zelfstandige werkzaamheden niet volledig heeft beëindigd binnen de vereiste termijn.