ECLI:NL:CRVB:2005:AU7788
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- T. Hoogenboom
- J. Riphagen
- M. Greebe
- Rechtspraak.nl
Bevestiging weigering WW-uitkering wegens schending concurrentiebeding
Appellant heeft in hoger beroep bezwaar gemaakt tegen de blijvende gehele weigering van zijn WW-uitkering door het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen (UWV). Deze weigering is gebaseerd op het feit dat appellant zonder overleg namens zijn eenmanszaak een offerte heeft uitgebracht aan een potentiële klant van zijn werkgever, waarmee hij het concurrentie- en geheimhoudingsbeding heeft geschonden.
De rechtbank heeft vastgesteld dat appellant wist of had moeten weten dat zijn gedraging tot ontslag zou leiden. Ondanks dat de kantonrechter de arbeidsovereenkomst heeft ontbonden zonder verwijt aan beide partijen, blijft het UWV bevoegd om de verwijtbaarheid van werkloosheid te beoordelen. De rechtbank oordeelde dat de weigering van de uitkering terecht was en dat het evenredigheidsbeginsel niet was geschonden.
De Centrale Raad van Beroep onderschrijft deze overwegingen en bevestigt dat appellant verwijtbaar heeft gehandeld. De Raad benadrukt dat appellant zich bewust was van het concurrentiebeding en dat er geen omstandigheden zijn die de verwijtbaarheid verminderen. Het hoger beroep wordt ongegrond verklaard en de weigering van de WW-uitkering blijft gehandhaafd.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt ongegrond verklaard en de blijvende gehele weigering van de WW-uitkering wordt bevestigd.