ECLI:NL:CRVB:2005:AU8053
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- K.J.S. Spaas
- C.W.J. Schoor
- C.P.M. van de Kerkhof
- Rechtspraak.nl
Beoordeling besluitkarakter van brieven over terugvordering WAO-uitkering
In deze zaak staat centraal of twee brieven van het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen (UWV) aan gedaagde kwalificeren als besluiten in de zin van artikel 1:3 van Pro de Algemene wet bestuursrecht (Awb). Gedaagde ontving een overzicht van terugvordering van een WAO-uitkering, waarna een bezwaarprocedure en beroep volgden.
De brief van 29 augustus 2002 (brief 1) bevatte een overzicht van de terugvordering, maar werd door de Raad aangemerkt als een informatief schrijven zonder besluitkarakter, mede omdat het geen rechtsmiddelenclausule bevatte en geen duidelijk besluit tot terugvordering inhield. Gedaagde mocht erop vertrouwen dat een besluit nog zou volgen.
De brief van 7 januari 2003 (brief 2), die een verzoek tot nabetaling afwees, werd door de rechtbank als een besluit beschouwd. De Raad oordeelde echter dat brief 2 een herhaling was van brief 1 en geen zelfstandig besluit vormde, en dat het bezwaar tegen brief 1 ten onrechte niet-ontvankelijk was verklaard.
De Raad vernietigde het bestreden besluit van het UWV dat het bezwaar niet-ontvankelijk verklaarde en verklaarde het beroep van gedaagde gegrond, maar wees het verzoek om schadevergoeding af. De beslissing omtrent griffierecht en proceskosten bleef in stand.
Uitkomst: Brief 1 is geen besluit, brief 2 is een herhaling zonder rechtsgevolg; bezwaar tegen brief 1 was ontvankelijk en het bestreden besluit wordt vernietigd.