ECLI:NL:CRVB:2005:AU8174
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Premieplicht sociale werknemersverzekeringen bij ongewijzigde arbeidsrelatie bevestigd
De zaak betreft een geschil tussen het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen (Uwv) en een onderneming over de premieplicht voor sociale werknemersverzekeringen. De rechtbank Amsterdam had het beroep van de onderneming gegrond verklaard en het besluit van het Uwv vernietigd, waarbij werd geoordeeld dat de verzekeringsplicht voor twee werknemers onvoldoende was vastgesteld.
Het Uwv ging in hoger beroep bij de Centrale Raad van Beroep. Deze Raad verwees naar een eerdere uitspraak van 3 februari 2005 waarin werd vastgesteld dat beide werknemers verplicht verzekerd waren voor de sociale werknemersverzekeringswetten en dat de boetenota’s verminderd moesten worden vanwege een gunstiger boeteregime.
De Centrale Raad oordeelde dat er geen aanwijzingen waren dat de arbeidsrelatie was gewijzigd in de periode waarop het besluit van 23 oktober 2002 betrekking had. Daarom had gedaagde premies moeten inhouden over de betalingen aan deze werknemers. Het hoger beroep van het Uwv werd gegrond verklaard, de eerdere uitspraak vernietigd en het inleidend beroep van gedaagde ongegrond verklaard.
Tot slot stelde de Raad dat er geen gronden waren om artikel 8:75 van Pro de Algemene wet bestuursrecht toe te passen. De uitspraak werd gedaan door mr. G. van der Wiel op 24 november 2005.
Uitkomst: Het hoger beroep van het Uwv wordt gegrond verklaard, de eerdere uitspraak vernietigd en het beroep van gedaagde ongegrond verklaard.