ECLI:NL:CRVB:2005:AU8260
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- R.C. Schoemaker
- G. van der Wiel
- N.J. van Vulpen-Grootjans
- Rechtspraak.nl
Hoofdelijk aansprakelijkheid bestuurder voor onbetaalde boetenota’s ondanks strafrechtelijk onderzoek
Appellant, het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen (UWV), stelde gedaagde hoofdelijk aansprakelijk voor onbetaalde premienota’s en boetenota’s van [naam BV] over 1998 en 1999. De rechtbank Rotterdam oordeelde dat gedaagde terecht als feitelijk beleidsbepaler werd aangemerkt en aansprakelijk was voor de premienota’s, maar dat aansprakelijkstelling voor de boetenota’s werd belemmerd door een lopend strafrechtelijk onderzoek op grond van artikel 12c Coördinatiewet Sociale Verzekering.
Het UWV ging in hoger beroep tegen dit laatste oordeel. De Centrale Raad van Beroep stelde vast dat gedaagde in eerste aanleg geen grieven had aangevoerd tegen de aansprakelijkstelling voor de boetenota’s, waardoor de rechtbank buiten de grenzen van het geschil was getreden door hierover te oordelen. Dit was in strijd met artikel 8:69, eerste lid, van de Algemene wet bestuursrecht.
De Raad vernietigde daarom de uitspraak van de rechtbank en verklaarde het hoger beroep van appellant ongegrond, zonder inhoudelijk in te gaan op de vraag of het strafrechtelijk onderzoek aansprakelijkstelling in de weg stond. Tevens werd geen toepassing gegeven aan artikel 8:75 Awb Pro. De uitspraak werd in het openbaar gegeven op 8 december 2005.
Uitkomst: De Centrale Raad vernietigt het oordeel van de rechtbank en verklaart het hoger beroep van het UWV ongegrond.