ECLI:NL:CRVB:2005:AU8307
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- R.C. Schoemaker
- G. van der Wiel
- N.J. van Vulpen-Grootjans
- Rechtspraak.nl
Hoofdelijke aansprakelijkheid formeel bestuurder voor onbetaalde premies werknemersverzekeringen
Appellante was formeel bestuurder van [naamNV] N.V. van 1 januari 1996 tot 20 december 1996. Het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen stelde haar hoofdelijk aansprakelijk voor onbetaald gebleven premies werknemersverzekeringen over 1996. De rechtbank vernietigde het eerdere besluit, maar stelde het bedrag van de aansprakelijkheid vast.
De Raad overweegt dat appellante zich niet kan onttrekken aan haar verantwoordelijkheid als bestuurder, ook niet door zich afzijdig te houden van het bestuur. Zij had moeten verifiëren of haar ontslag als directeur daadwerkelijk had plaatsgevonden, temeer daar zij nog volmachten tekende en haar echtgenoot in december 1996 machtigde. Het structureel niet doen van loonopgaven wijst op kennelijk onbehoorlijk bestuur.
De Raad stelt het bedrag van de hoofdelijke aansprakelijkheid vast op €700.738,93, lager dan het door het Uitvoeringsinstituut eerder opgegeven bedrag. De aansprakelijkheid voor boetenota’s wordt niet gehandhaafd omdat deze betrekking hadden op een periode na haar bestuurderschap. De Raad veroordeelt het Uitvoeringsinstituut in de proceskosten van appellante en bepaalt vergoeding van griffierecht.
Uitkomst: Appellante is hoofdelijk aansprakelijk gesteld voor onbetaalde premies werknemersverzekeringen over 1996 tot een bedrag van €700.738,93.