ECLI:NL:CRVB:2005:AU8495
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- K.J.S. Spaas
- J.W. Schuttel
- C.W.J. Schoor
- Rechtspraak.nl
Bevestiging terugvordering te veel betaalde WAO-uitkering ondanks bezwaar en rechtszekerheidsbeginsel
Appellante, voormalig administratief medewerkster, ontving vanaf 24 mei 1999 een voorschot op WAO-uitkering. Na onderzoek werd haar WAO-uitkering geweigerd en het voorschot ingetrokken. Gedaagde vorderde het te veel betaalde bedrag van €11.315,30 terug. Appellante maakte bezwaar en stelde dat haar medische beperkingen niet juist waren beoordeeld en dat de terugvordering onterecht was.
De rechtbank verklaarde het beroep ongegrond, stellende dat het bezwaar tegen het herzieningsverzoek niet was gemaakt en de vaststelling dat appellante geen recht had op WAO-uitkering onherroepelijk was. In hoger beroep stelde appellante dat wel bezwaar was gemaakt en dat de weigering van de uitkering onrechtmatig was, waardoor terugvordering niet gerechtvaardigd zou zijn.
De Raad oordeelde dat het bezwaar tegen de afwijzing van het herzieningsverzoek geen schorsende werking had en dat het primaire besluit tot weigering van de WAO-uitkering onverkort bleef gelden. Het beroep op het rechtszekerheidsbeginsel faalde omdat appellante geen bezwaar had gemaakt tegen het intrekkingsbesluit en er geen gerechtvaardigde verwachtingen waren gewekt omtrent terugvordering.
De Raad vond geen dringende redenen om af te zien van terugvordering, ook niet op basis van medische bezwaren. Het bestreden besluit werd bevestigd en de uitspraak van de rechtbank gehandhaafd.
Uitkomst: De terugvordering van de te veel betaalde WAO-uitkering aan appellante wordt bevestigd.