ECLI:NL:CRVB:2005:AU8519
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- K.J.S. Spaas
- C.W.J. Schoor
- C.P.M. van de Kerkhof
- Rechtspraak.nl
Beoordeling herhaalde aanvraag schadeloosstelling voor silicose door voormalig mijnwerker
Appellant, een voormalig mijnwerker met de beroepsziekte silicose, diende in 1990 een aanvraag in voor schadeloosstelling op grond van de Ongevallenwet 1921. Deze aanvraag werd in 1993 niet-ontvankelijk verklaard wegens te late indiening, een beslissing die in 1996 onherroepelijk werd bevestigd door de Raad.
In 2004 werd namens appellant een herhaalde aanvraag ingediend, die eveneens werd afgewezen wegens te late indiening. Appellant voerde aan dat zijn voormalige werkgever geen aangifte had gedaan zoals vereist volgens artikel 66 OW Pro, waardoor hem geen verwijt kon worden gemaakt. Dit bezwaar werd ongegrond verklaard.
De Raad overwoog dat een bestuursorgaan bevoegd is om een herhaalde aanvraag inhoudelijk te beoordelen, maar dat bij handhaving van de eerdere afwijzing alleen nieuwe feiten of omstandigheden tot herziening kunnen leiden. Juridische argumenten die al eerder hadden kunnen worden aangevoerd, bieden geen grond voor herziening.
Gezien het ontbreken van nieuwe feiten of omstandigheden en het feit dat de eerdere niet-ontvankelijkverklaring onherroepelijk is, bevestigt de Raad de eerdere uitspraak. De aanvraag blijft niet-ontvankelijk verklaard en appellant kan geen aanspraak maken op schadeloosstelling.
Uitkomst: De herhaalde aanvraag om schadeloosstelling wegens silicose wordt niet-ontvankelijk verklaard wegens te late indiening zonder nieuwe feiten.