ECLI:NL:CRVB:2005:AU8527
Centrale Raad van Beroep
- Eerste aanleg - meervoudig
- C.G. Kasdorp
- G.L.M.J. Stevens
- H.R. Geerling-Brouwer
- Rechtspraak.nl
Afwijzing aanvraag WUBO-uitkering wegens onvoldoende bewijs oorlogsgeweld tijdens Japanse bezetting en Bersiap-periode
Eiser, geboren in 1923 in het voormalige Nederlands-Indië, diende in februari 2004 een aanvraag in voor erkenning als burger-oorlogsslachtoffer en een bijbehorende uitkering op grond van de Wet uitkeringen burger-oorlogsslachtoffer 1940-1945 (WUBO). Hij baseerde zijn aanvraag op gezondheidsklachten die hij toeschreef aan zijn ervaringen tijdens de Japanse bezetting en de daaropvolgende Bersiap-periode.
Verweerster wees de aanvraag af omdat niet voldoende was aangetoond dat eiser door oorlogsgeweld was getroffen zoals bedoeld in artikel 2, eerste lid, van de Wet. De Raad bevestigde dit oordeel en stelde vast dat de vrijheidsberoving van eiser het gevolg was van een strafrechtelijke veroordeling wegens een communaal delict en niet van vijandelijke handelingen. Ook was er geen bewijs van levensbedreigende omstandigheden tijdens zijn evacuatie of directe betrokkenheid bij beschietingen.
Daarnaast kon het getuige zijn van een moord op een vader en zoon niet worden bevestigd door andere bronnen dan de eigen verklaring van eiser, wat onvoldoende is voor erkenning. Bombardementen op Soekaboemi werden pas in beroep genoemd en er was geen bewijs van directe betrokkenheid of letsel. De Raad concludeerde dat de omstandigheden niet voldeden aan de criteria voor erkenning als burger-oorlogsslachtoffer.
De Raad verklaarde het beroep ongegrond en wees een vergoeding van proceskosten af. Hiermee blijft het bestreden besluit in stand.
Uitkomst: De aanvraag voor erkenning als burger-oorlogsslachtoffer en WUBO-uitkering wordt afgewezen wegens onvoldoende bewijs van oorlogsgeweld.