ECLI:NL:CRVB:2005:AU8539
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- K.J.S. Spaas
- C.W.J. Schoor
- C.P.M. van de Kerkhof
- Rechtspraak.nl
Bevestiging terugvordering WAO-uitkering ondanks provisie-inkomsten uit verzekeringspolissen
Appellante, een zelfstandig onderneemster met een eigen assurantiekantoor, ontving een WAO-uitkering wegens arbeidsongeschiktheid vanaf 30 september 2000. Gedaagde stelde dat zij minder dan 25% arbeidsongeschikt was op basis van haar inkomsten, waaronder provisie uit afgesloten verzekeringspolissen, en stopte de uitkering over de periode 30 september 2000 tot 1 januari 2001.
Appellante voerde aan dat de provisie-inkomsten niet als inkomen uit arbeid moesten worden beschouwd omdat de werkzaamheden voor die polissen niet door haar waren verricht en dat deze inkomsten voortvloeiden uit vermogen. De rechtbank verwierp deze argumenten en oordeelde dat de provisie-inkomsten wel degelijk als arbeidsinkomen moeten worden gezien.
De Centrale Raad van Beroep onderschreef de overwegingen van de rechtbank en benadrukte dat de provisie-inkomsten voortvloeien uit verzekerde arbeid en dat het voortzetten van de onderneming en het nemen van ondernemersbeslissingen door appellante relevant zijn. De Raad verwierp het beroep en bevestigde de terugvordering van de onverschuldigd betaalde uitkering.
De Raad wees ook op eerdere jurisprudentie waarin inkomsten uit rechten die voor arbeidsongeschiktheid waren ontstaan, anders werden beoordeeld indien het niet-verzekeringsplichtige arbeid betrof, wat hier niet het geval was.
De uitspraak bevestigt dat inkomsten uit provisies in een onderneming als arbeidsinkomen worden aangemerkt bij de beoordeling van arbeidsongeschiktheid en uitkeringsrechten.
Uitkomst: De Centrale Raad van Beroep bevestigt de terugvordering van de onverschuldigd betaalde WAO-uitkering omdat provisie-inkomsten als arbeidsinkomen worden beschouwd.