ECLI:NL:CRVB:2005:AU8911
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- K.J.S. Spaas
- C.P.M. van de Kerkhof
- M. Greebe
- Rechtspraak.nl
Beoordeling herziening WAO-uitkering bij onderschatte beperkingen door verzekeringsarts
Appellant, het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen, stelde de WAO-uitkering van gedaagde, werkzaam als cateringmedewerkster, met ingang van 14 mei 2002 herzien vast op een arbeidsongeschiktheid van 45 tot 55%, terwijl eerder 80 tot 100% was toegekend. Gedaagde betwistte deze herziening met verwijzing naar medische verklaringen over constante aangezichtspijn na operaties.
De rechtbank benoemde een neuroloog als deskundige, die concludeerde dat de beperkingen van gedaagde, zowel lichamelijk als geestelijk, door de verzekeringsarts zijn onderschat en dat zij niet in staat is tot de geduide arbeid. Appellant voerde in hoger beroep aan dat de deskundige onvoldoende rekening hield met het functioneren in de thuissituatie en dat de rechtbank de deskundige niet had moeten volgen zonder nadere onderbouwing.
De Raad vroeg de deskundige om een nadere rapportage, waarin deze bevestigde dat gedaagde een patroon van basispijn en toenemende pijn vertoont, met noodzaak tot rust overdag, waardoor haar belastbaarheid te gering is voor regelmatige arbeid. De Raad oordeelt dat het bestreden besluit berust op een onjuiste medische grondslag en bevestigt de uitspraak van de rechtbank. Tevens veroordeelt de Raad appellant in de proceskosten van gedaagde.
Uitkomst: Het bestreden besluit tot herziening van de WAO-uitkering berust op een onjuiste medische grondslag en wordt vernietigd.