ECLI:NL:CRVB:2005:AU8927
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Ch. van Voorst
- Rechtspraak.nl
Bevestiging intrekking WAO-uitkering na herbeoordeling arbeidsongeschiktheid
Appellant ontving sinds 8 februari 1999 een WAO-uitkering op basis van een arbeidsongeschiktheid van 80 tot 100%. Na een herbeoordeling op 18 juli 2000 door verzekeringsarts Vos, waarbij medische beperkingen werden vastgesteld, heeft een arbeidsdeskundige passende functies geselecteerd. Op basis hiervan stelde het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen (Uwv) de arbeidsongeschiktheid vast op minder dan 15%, waarna de WAO-uitkering per 17 december 2000 werd ingetrokken.
Appellant maakte bezwaar tegen deze intrekking, onder meer vanwege vermeerderde medische klachten en het gebruik van deeltijdfuncties bij de schatting. De bezwaarverzekeringsarts en arbeidsdeskundige bevestigden de juistheid van het onderzoek en de beoordeling. De rechtbank vernietigde het besluit slechts vanwege overschrijding van de wettelijke beslistermijn, maar verklaarde het beroep verder ongegrond.
In hoger beroep betoogde appellant dat zijn medische situatie was verslechterd en dat de deeltijdfuncties onvoldoende realistisch waren. De Raad overwoog dat de functies geschikt waren en dat de loonwaarde in relatie tot het maatmaninkomen correct was toegepast. De Raad concludeerde dat het onderzoek zorgvuldig was uitgevoerd en dat de mate van arbeidsongeschiktheid terecht onder de 15% was vastgesteld. Het hoger beroep werd ongegrond verklaard en de uitspraak van de rechtbank bevestigd.
Uitkomst: De intrekking van de WAO-uitkering per 17 december 2000 wordt bevestigd.