ECLI:NL:CRVB:2005:AU8976
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- R.C. Schoemaker
- R.C. Stam
- C.G.M. van Rijnberk
- Rechtspraak.nl
Vernietiging besluit dagloonvaststelling en niet-ontvankelijkheid bezwaar
Appellant stelde bezwaar in tegen de hoogte van zijn dagloon in het kader van de WAO-uitkering. De rechtbank Roermond verklaarde het beroep niet-ontvankelijk omdat het besluit over het dagloon slechts informatief zou zijn en geen rechtsgevolg zou hebben. De Centrale Raad van Beroep oordeelt dat het besluit van 19 februari 2003 geen wijziging van het dagloon bevatte en daarmee niet als besluit in de zin van de Awb kan worden aangemerkt.
Omdat het bezwaar van appellant uitsluitend gericht was tegen de hoogte van het dagloon, had het bezwaar niet-ontvankelijk verklaard moeten worden. De rechtbank heeft dit miskend, waardoor de Raad de uitspraak vernietigt. Tevens vernietigt de Raad het bestreden besluit en verklaart het bezwaar niet-ontvankelijk.
De Raad veroordeelt het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen tot vergoeding van de proceskosten van appellant, begroot op € 644,--, en tot vergoeding van het griffierecht van € 133,--. Appellant was niet aanwezig bij de zitting, gedaagde werd vertegenwoordigd door een medewerker van het UWV.
Uitkomst: Het bestreden besluit wordt vernietigd en het bezwaar tegen het dagloon wordt niet-ontvankelijk verklaard.