ECLI:NL:CRVB:2005:AU8986
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Ch. van Voorst
- Rechtspraak.nl
Bevestiging geschiktheid voor arbeid ondanks pijnklachten en intrekking Ziektewetuitkering
Appellant was werkzaam als dakdekker en meldde zich ziek wegens pijnklachten. Gedaagde kende een Ziektewetuitkering toe, die later werd ingetrokken op basis van medisch onderzoek door verzekeringsartsen. De bezwaarverzekeringsarts concludeerde dat appellant geschikt was voor arbeid en dat de uitkering per 23 november 2002 had moeten worden beëindigd.
Appellant maakte bezwaar en voerde aan dat zijn pijnklachten waren onderschat en dat hij sinds juni 2003 bij een polikliniek pijnbestrijding behandeld werd. De rechtbank verklaarde het beroep ongegrond, en ook de Centrale Raad van Beroep zag geen aanleiding om de medische bevindingen te betwijfelen.
De Raad nam mee dat er geen objectief aantoonbare medische stoornis was en dat de behandelend internist geen afwijkingen had kunnen vaststellen. De stukken van de polikliniek leverden geen nieuwe inzichten op. Daarom werd het hoger beroep verworpen en de intrekking van de Ziektewetuitkering bevestigd.
Uitkomst: De Centrale Raad van Beroep bevestigt de intrekking van de Ziektewetuitkering en wijst het hoger beroep af.